Uitgegeven
bij www.boekscout.nl
ISBN 978-90-8834-213-4
Uitreiksel
boek: In het gouden spoor van Patagonie.
Het verhaal van Araucanie, gebied tussen Chili en Argentinie,
daar waar de Dakaristen nu zitten. Het verhaal wordt verteld
door Mauricio, kleinzoon van een van de pioniers van de gendarmerie
in Rio Gallegos, Patagonie. De grootvader van Mauricio was er
gestationeerd van 1888 tot 1895. Deloqui was de militair die
de gendarmerie in Rio Gallegos stichtte in 1888, dit om orde
op zaken te stellen tijdens de goudrush naar Patagonie die begon
rond 1870.
Mauricio
:
Het
wordt in onze geschiedenisboekjes op school iets anders voorgesteld
dan het gegaan is, zoals mijn grootvader, het zo mooi kan vertellen.
Hij windt zich nog steeds op over de rol van Menendez in deze
geschiedenis.
- Het waren barbaren, maar dat geeft ons nog niet het recht
om ook barbaars op te treden. En volgens mijn tante was Rey
Orllie een heel beschaafde persoon, uiterst attent naar het
vrouwelijke gezelschap toe, knap en tot in de puntjes verzorgd;
de vrouwtjes lieten graag hun ogen over dit heerschap gaan.
Hij is nooit getrouwd, raar voor een man die ze maar uit te
kiezen had...
Deloqui daarentegen lachte het steeds weg.
- Die geschiedenis is van voor onze tijd, Mauricio, het is een
anekdote, meer niet.
Het ging over de oorlogsjaren in het gebied Araucania. Een Indiaans
grondgebied tussen Chili en Argentinië. De Spaanse Jezuïet
Diego de Rosales (1655) schreef een lijvig boek over de gewoontes,
flora en fauna van deze streek. Hij noemde in zijn naslagwerk
de lokale stammen: "de Vlaamse indianen " aangezien
hij veel overeenkomsten zag in de strijd hier en de strijd in
de "Lage Landen" tegen de Spaanse kroon:
"Flandes indios, zij vochten haast zonder wapens maar met
een overmoed die aan het ongelooflijke grensde. Zij hebben een
speciale liefde voor hun land en hun cultuur zonder een echt
nationalistisch gevoel, aangezien er hier, net zoals in de Lage
Landen, verschillende stammen bijelkaar leven en niet echt een
samenhorigheid onderling te vinden is." (Diego de Rosales).
Tot in 1880 werd er hevig slag geleverd voor dit onherbergzame
gebied. Het gebied zelf bood niet veel rijkdom maar strategisch
gezien was het belangrijk voor zowel Argentinië als Chili.
De strijd was bloedig. Het bevel was: de totale uitmoording
van de indigenos. De represailles van Chili en Argentinië
waren meedogenloos: deportatie, slavenhandel of totale uitmoording
van ettelijke dorpen. Vrouwen, noch kinderen werden gespaard.
Er werd om verschillende redenen gestreden, zowel sociale als
religieuze, maar de hoofdreden was, zoals steeds, in de koloniale
analen terug te vinden. Zelfs als de indianen zich tot het katholieke
geloof hadden bekeerd, vond men al gauw een andere reden om
hen te belagen. De Jezuïeten beschermden hen, net zoals
in Missiones maar de koning van Spanje maakte hen monddood.
Toen Argentinië en Chili onafhankelijk werden, ging de
strijd gewoon door. Het begon echt hard tegen hard in 1855 naar
aanleiding van een nieuwe wet in Chili. De gronden van de verschillende
Indiaanse stammen, zowel Mapuches als Tehuelches e.a., op het
grensgebied tussen Chili en Argentinië, zouden bij Chili
worden ingelijfd, omdat het grootste deel van deze stammen op
Chileens grondgebied woonden. De wet schreef ook voor dat het
land van de indianen moest geveild worden. De grootste provincie
aan de grens tussen Chili en Argentinië: Araucania, land
tussen de rivier Bio-Bio en het noorden van Valdivia, werd per
opbod verkocht.
De advocaat José Lincoqueo, van Indiaanse afkomst, klaagde
de onwettigheid van deze en de daaropvolgende meer doordringende
wet van 4 december 1866 aan. Hij verklaarde deze wetten als
agressief tegenover de Indiaanse bevolkingsgroep. De Mapuches
zagen deze diplomatieke strijd niet echt zitten en verklaarden
de oorlog aan de Chileense staat. Chili stond er internationaal
zwak voor omdat deze nationale wet deels over internationaal
gebied ging. Er ontstond een periode van anarchie in deze contreien.
De Chilenen bezetten het gebied meermaals en er werd hevig gevochten,
uiteraard niet met gelijke wapens. José Santos Kilipan,
de laatste der Toqui Mapuches, zette zich met volle overgave
in om het land van zijn voorouders te bevrijding. Zijn vader
was gestorven aan verwondingen opgelopen in de veldslag in Neuquen
tegen het Spaanse leger in 1803. Op zijn sterfbed had Kilipan
de belofte gedaan dat hij zou vechten tot de laatste snik en
nooit een overdracht zou tekenen. Doch na een bloedige en ongelijke
strijd in 1867 aan de oevers van de rivier Malleco, werd hij
verslagen en gedwongen om een verdrag met het Chileense Congres
te tekenen. Hij weigerde tegen beter weten in. Hij was er zich
wel degelijk van bewust dat zijn stam alleen dit conflict nooit
zou kunnen winnen. Daarom zocht hij internationale hulp en vond
deze in Europa.
Een Franse advocaat, Orllie-Antoine de Tournens, kwam in 1860
toe in Punta Arenas. Aangetrokken zoals zovele Europeanen door
de veilingen van nieuwe landerijen in Zuid-Amerika. Als advocaat
zijnde werd zijn nieuwsgierigheid eerst en vooral op legaal
vlak geprikkeld. Terwijl hij onderzocht of de veilingen wettelijk
in orde waren, vatte hij sympathie op voor de Indiaanse zaak
en leerde zo José Santos Kilipan kennen. De wet van 1866
raakte legaal gezien, kant nog wal. Hij bood Kilipan de nodige
financiële steun aan om hem beter te bewapenen en zorg
te dragen voor de families diep in oorlogsgebied terwijl hij
op onderzoek uittrok om het conflict tussen Chili en de Mapuches
wettelijk te omlijsten. Ook organiseerde hij een alliantie tussen
de onderlinge stammen. Hij benaderde Sayhueque, zoon van het
opperhoofd van de Mapuches en langs moederszijde afstammeling
van de Tehuelches. De Toki won het respect van alle locale stammen.
Dit was een uitzonderlijk voorval, aangezien het gebied Araucania
eigenlijk van de Mapuches was. Deze stam had de rechten verworven
tijdens de heerschappij van de Inca's. Mapuche wil zeggen: aardman,
mens op de aarde. De traditie van de Mapuches vertelde dat zij
uit het heelal kwamen. Een deel van hun kosmisch volk werd op
de aarde gezet, zij noemden zich: mensen van de aarde: Mapuche
. Al de andere indianen waren voor hen: No-mapuches. Zij keken
op hen neer. Tijdens de overheersing van de Inca's kregen zij
een andere naam, hoewel de Inca's ook de naam Mapuche aanvaardden,
maar in de officiële analen werden zij Araucanos genoemd:
rebellen. Zij werden gevreesd en gerespecteerd door de toenmalige
overheersende Inca's.
De Franse advocaat vocht de agressiviteit aan van de Chileense
staat voor het Internationaal Rechtsinstituut in Frankrijk.
Hij verklaarde officieel in naam van de indianen de oorlog aan
Chili, maar krijgt geen gehoor bij de Europese overheden, aangezien
Araucania geen soevereine staat was. Om dit te verhelpen bedacht
de Franse advocaat een plan. Hij, Orllie-Antoine de Tounens
verklaarde zich tot Koning van Araucania in Patagonië,
riep het land van de indianen tussen Chili en Argentinië
uit tot soeverein Koninkrijk Araucania, stichtte een parlement,
schreef een grondwet en reisde heel het gebied af om al de leiders
van de verschillende stammen dit te laten ondertekenen. Hij
slaagde erin de sympathie te winnen van alle Toki's uit de streek,
uiteraard de Mapuches via El Toki Kilapan; de Lonkos: met hun
opperhoofden Montri, Kilahueque, Levin, Huentecol, Leucon, Villumir
en Meliu; de Mestizo's: R. Martínez en Eleuterio Mendoza.
Hij kreeg het zelf gedaan dat de indianen belastingen aan hem
betaalden. Mijn opa vond dit steeds een heel bijzonder detail.
- Dat krijgen ze tegenwoordig nog niet gedaan, lachte hij altijd.
Niettegenstaande
al deze inspanningen was het te laat om de situatie recht te
zetten. De familie Braun-Menendez, gouverneur van Punta Arenas
en grootste landeigenaars van dit deel van Patagonië (Chili),
gaven cruciale informatie door van de bewegingen van Koning
Orllie Antoine aan de Chileense en Argentijnse overheid, zodat
deze het schip met moderne wapens vanuit Frankrijk konden onderscheppen
in de haven van Santa Cruz en de Koning door Cornelio Saavedra,
Kapitein in de Argentijnse marine, werd aangehouden. De familie
Braun-Menendez had het meeste land in Araucania opgekocht. Door
hun economisch overwicht deelden zij er dan ook de lakens uit.
Het bedrijf La Anonima bezat de eerste oceaanstomers in deze
contreien. Zij verbonden Patagonië met de rest van de wereld.
Hun kapitaal werd gevormd door het verhandelen van schapen aan
de juist gearriveerde buren en het verschepen van de wol naar
heel Europa, vooral naar Engeland.
José Kilipan werd bestempeld als de laatste der Tokis
der Mapuches. Hij stierf in 1878 in ballingschap, ergens in
Chili, ver van zijn roots, samen met zijn broer. Koning Orllie
Antoine werd voor het Chileense gerecht gebracht en door tussenkomst
van de Franse regering werd hij als "geestelijk gestoord
patiënt" terug naar Frankrijk gevoerd.
Doch bij nader onderzoek leek Orllie alles behalve een mentaal
ziekelijk persoon. De meeste lectuur die ik in handen krijg,
zeker de geschiedenisboeken met faam, bestempelen hem inderdaad
nog zo af, maar bij nader onderzoek was zijn idee het verdedigen
waard. Met iets meer hulp van het Instituut voor Internationaal
Recht in Europa, zou hij het moeten gehaald hebben zodat de
indianen hun rechten op dit gebied konden behouden. Hij keert
nog vier keer terug naar Zuid-Amerika, drie keer naar Argentinië
en nog eenmaal naar Chili. Hij leeft een tijdje als gerespecteerde
"Koning" in Buenos Aires, met zijn hofhouding bestaande
uit Mapuches, maar moest door zijn frank gedrag en uitlatingen
in de pers steeds weer vluchten voor de overheid. In Bahia Blanca
vindt hij lang onderdak bij de Lonko's, die hem bescherming
bieden. Hij zet een paar jaar het Argentijnse leger voor schut
door steeds net op tijd te vluchten voor zijn arrestanten, maar
uiteindelijk wordt hij toch opnieuw uitgeleverd aan de Franse
overheid. Rey Orllie wordt ziek en sterft in 1878 in Frankrijk,
verzorgd door zijn hofhouding van Mapuches die hem gevolgd zijn.
Tot nu wordt de kroon van Araucania nog steeds opgeëist
door afstammelingen van Orllie, in volgorde verloopt de dynastie
als volgt:
" Rey Orllie Antoine I (1860-1878) Rey Aquiles I (1878-1902)
Rey Antonio II (1902-1903) Reina Laura Teresa I (1903-1916)
Rey Antonio III (1916-1952) Príncipe Felipe (1952 tot
heden)
Prins Felipe voert sinds 1995 een strijd met Francois Lepot,
alias voor Enrique Olivas, Argentijnse journalist, die in zijn
boek wil bewijzen dat Felipe Boiry, prins Felipe, een vervalser
is. Er ontstaat een polemiek tussen Lepot en de aanhangers van
het Koninkrijk, die in de rechtbank wordt uitgevochten. Het
Franse gerecht wijst de morele schadeclaim van Prins Felipe,
die in ere wordt hersteld als wettelijke "erfgenaam",
af en verklaart zich voor het toekennen van een adellijke titel
onbevoegd. De "Steel Crown" de Koninklijke Noord-Amerikaanse
krant van Araucania schrijft een rechtzetting en herstelt Prins
Felipe in eer. De Steel Crown is een unieke krant, uitgegeven
door Prins Felipe zelf, doorspekt met heerlijke recepten uit
de Franse keuken, aangevuld met Indiaanse culturele snuifjes.
1.
De krant die tot op de dag van vandaag nog wordt uitgegeven
door Prins Felipe en zijn vrouw, woonachtig in Californie.
2. De kroon van de koning van Araucanie, metaal van de streek,
met in het midden een steen van de rivier Bio Bio
3. Prins Felipe naast het borstbeeld van Orllie Antoine I
4. De boom Araucania, of zoals wij hem noemen: apenverdriet
5. Orllie Antoine I
6. Indianen op pumajacht
7. De politiepost in Rio Gallegos, met Deloqui en de grootvader
van Mauricio